Nocturne

Lounge en exotica

Van twaalf tot drie — muziek geschreven voor kamers, door mensen die over de kamers hadden nagedacht.

Wanneer Lounge werkt

Exotica was een Amerikaanse uitvinding uit de jaren vijftig: verzonnen eilanden, gespeeld door sessiemuzikanten in Hollywood, voor mensen die nooit ergens geweest waren. Het is even authentiek als een tikibar in Düsseldorf, en het weet dat.

Wat het redt is het vakwerk. Dit waren de beste arrangeurs van hun generatie, met onbeperkte studiotijd en geen enkele verplichting om ernstig te zijn, en wat ze in 1958 met stereo deden is nog altijd verbluffend. Esquivel liet stemmen tussen de kanalen bewegen omdat die kanalen nieuw waren en hij wilde horen wat er zou gebeuren.

Het middaguur past erbij omdat lounge de enige muziek hier is die uitgesproken opgewekt is zonder luid te zijn. Om twaalf uur is dat iets waard.

Waar het vandaan komt

Exotica is tussen 1952 en 1959 uitgevonden in Hollywoodse studio's en heeft nooit een voet gezet op de eilanden die ze beschrijft. Le Sacre du Sauvage van Les Baxter opende de rekening in 1952; Quiet Village van Martin Denny haalde in 1959 de vierde plaats in de Amerikaanse singlelijst, en de vogelroepen erop waren de band.

Daaronder lag een echt technisch moment. Stereo bereikte eind jaren vijftig de huiskamer, niemand wist nog wat ermee te doen, en arrangeurs met onbeperkte studiotijd behandelden twee kanalen als instrument en niet als gemak.

De platen kwamen in de jaren negentig terug als een grap die haar eigen clou overleefde: Capitol begon in 1996 met de Ultra-Lounge-heruitgaven, en het betere deel van wat ze opgroeven bleek met echte zorg gearrangeerd.

Lounge: vijf platen

  1. Martin Denny, 1957Exotica.

    De plaat die het genre zijn naam gaf. De vogelroepen zijn de bandleden, en dat is of de charme of het probleem. De plaat is in één nacht opgenomen in de lounge van een hotel in Honolulu, en de vogelroepen zijn erbij gezet omdat het publiek buiten steeds echte kikkers hoorde.

  2. Les Baxter, 1952Ritual of the Savage.

    Vijf jaar eerder en veel vreemder. Dichter bij filmmuziek dan bij easy listening. Baxter schreef voor een volledig orkest met koor, en het komt daardoor dichter bij een film die nooit gemaakt is dan bij een cocktail.

  3. Esquivel, 1958Other Worlds Other Sounds.

    Stereo behandeld als instrument. Eén keer op een hoofdtelefoon, en daarna nooit meer op een hoofdtelefoon. Esquivel repeteerde twee orkesten in aparte zalen en nam ze op aparte kanalen op; het stereobeeld is dus geen effect maar de werkelijke opstelling van de sessie.

  4. Burt Bacharach, 1967Reach Out.

    De componist die zijn eigen liedjes speelt. Maatsoorten waarvan niemand merkt dat ze scheef zijn tot hij probeert mee te zingen. Het zijn de arrangementen die Bacharach voor andere zangers schreef, instrumentaal gespeeld — de helderste manier om te horen hoe vreemd de maatsoorten eronder zijn.

  5. Nicola Conte, 2000Jet Sounds.

    Een Italiaanse dj die het hele ding veertig jaar later opnieuw bouwt met levende muzikanten. Bewijs dat de vorm nog ergens heen kan. Conte stelde hem samen uit livesessies in Bari met een wisselende groep Italiaanse muzikanten, en hij deed meer voor de Europese jazzdance dan welke heruitgave ook.

Het eerlijke tegenargument

Er valt iets te zeggen voor de stelling dat het geleende eilandendecor van exotica zo slecht verouderd is dat geen arrangement het nog redt, en dat het juiste antwoord is om het in 1957 te laten liggen. Ik houd de bladzijde omdat de muziek werkelijk goed gemaakt is en omdat doen alsof de platen niet bestaan geen verbetering is. Dat is een standpunt, geen uitgemaakte zaak.

De gezichten bij de platen

William Gottlieb fotografeerde tussen 1938 en 1948 de clubs van New York voor Down Beat en de Washington Post. De negatieven liggen bij de Library of Congress; de foto's zijn rechtenvrij.

Django Reinhardt, gitaar
Django Reinhardt, 1946
Dizzy Gillespie, trompet
Dizzy Gillespie, 1947
Billy Strayhorn, piano
Billy Strayhorn, 1946–48
Al Grey, trombone
Al Grey, ongedateerd
Duke Ellington, orkest
Duke Ellington, ongedateerd
Billie Holiday, zang
Billie Holiday, 1947
Thelonious Monk, piano
Thelonious Monk, 1947
Sarah Vaughan, zang
Sarah Vaughan, 1946